bloedrood met een zwarte rand - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal bloedrood met een zwarte rand - Mijn Kort Verhaal

Esther Verhelst

16 jaar - vwo

321
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Esther Verhelst (16 jaar)

? stemmen

bloedrood met een zwarte rand

Ik had altijd van de zonsopkomst gehouden. Een adembenemend schouwspel dat tóch aanvoelt als een eerste, frisse ademteug wanneer je uit een bedompte kamer komt.
Hoe tegenstrijdig het ook is, het was wat ik telkens weer bedacht bij het zien van dit wonderlijke natuurfenomeen.
Het is niet zomaar dat ik mijn verhaal met die woorden begin. Net zomin is het toeval dat ik ze tijdens een zonsopkomst neerpen. Het ochtendlijke spektakel van de zon speelt een belangrijke rol in mijn verhaal. Het was hoe het begon.

Het begin, de drieëntwintigste dag van de maand juli. Vogels floten, vlinders fladderden, kinderen speelden. Alsof het toeval wilde aantonen dat het leven geen sprookje was, bleek dit het begin van een verschrikkelijke dag. Het recht deze woorden uit te spreken verleen ik mezelf niet omwille van een gemiste trein of een geliefd kledingstuk dat door koffievlekken de weg naar de vergetelheid insloeg. Deze dag ervoer ik werkelijk als een zwarte dag, misschien wel de duisterste van mijn hele leven.

Het was nog vroeg. Als een onschuldig kind dat een sneeuwvlokje op zijn tong vangt, als een eenzame dame die bezoek krijgt van iemand die ze liefheeft, als een bruidspaar dat net hun huwelijksgeloften heeft uitgesproken; zo was ik wakker geworden. Gelukkig.
En op dat moment kwam de zon op. Als een voorstelling van het vuur dat mijn ingewanden op een aangename manier verschroeide, zo zag ik haar. Het was alsof die ronde schijf de eeuwigheid wilde aantonen, als een weergave van de duur van onze liefde, dat was hoe het leek.

De zonsopkomst leek mijn geluksgevoel nog te vergroten, ik was er zeker van dat dit was hoe ik de rest van mijn leven wilde doorbrengen, ik geloofde zelfs dat het werkelijk zou gebeuren.

Ik vertrok. Het schijnsel van de zon leek op mijn netvlies gebrand. Overal om me heen waren kleine zonnetjes te zien. Zo ging ik op weg, nagenietend van een zonsopkomst die me had doen wegdromen, hoopvol op een toekomst die me gelukkig zou maken.

Ik dacht niet dat een zonsopkomst met iets te vergelijken viel, met een zonsondergang misschien. Iedere dag opnieuw gebeurde het, de zon kwam op. Toch bleef dit tafereel prachtig en zo uniek. Voor iedereen had het een andere betekenis, we dachten allemaal aan iets anders, maar ondanks dat kende iedereen dat ‘gevoel van zonsopkomst’ en bezorgde het ons allen diezelfde blik. ­­­

Het was net door die gedachten dat ik zo moedig werd, overmoedig.

Romeinen stelden het lot voor als een vrouw bij een rad, rond als de zon. Ze meenden dat we allemaal ons plaatsje hadden op dat rad, bovenaan was er niets dan geluk, het was voor de mensen die alles hadden wat ze wilden. Met één draai kon echter alles keren. Van de top, jouw plekje in de hemelse zaligheid, kon je in de hel belanden, je kon door die ene gebeurtenis alles verliezen waar je om gaf, amper nog hangend aan dat rad waar ook je leven van afhing.

Achter het hoekje wachtte hij me op. Hij had een boeket rozen bij, het rood deed me denken aan een tint die ik diezelfde ochtend nog had waargenomen. De zonsopkomst vulde nog steeds mijn gedachten. Het boeket nam ik voorzichtig aan, zijn hand greep ik gretig vast. Samen vervolgden we onze weg. Waar die ons had moeten heenbrengen doet er al niet meer toe. Samen gingen we voorbij kraampjes met handgemaakte kunstwerkjes, juwelen en decoratiemateriaal. We passeerden langs stalletjes met de meest romantische postkaarten.  Soms wierp hij steelse blikken op me. Daarbij lachte hij, zijn ogen fonkelden, hij gaf een kneepje in mijn hand. Alles wat hij deed leek te zeggen dit is voor altijd. Wij tweeën, wij zijn één.

Die blik, die schittering in zijn ogen, zou ik nooit vergeten.

Ik zag zijn blik in een andere richting glijden. Hij keek naar een winkeltje waar ze de schattigste prulletjes en de zoetste lekkernijen verkochten. Met een glimlachje droeg hij me op te blijven waar ik was. Hij vertelde me dat hij een kerstgeschenk moest kopen, voor het mooiste meisje van de stad, zo zei hij het.

Toen ik die ochtend de deur achter me had gesloten wist ik niet dat de zonsopkomst een nieuwe kleur zou krijgen. Rood, bloedrood met een zwarte rand.

Slechts enkele minuten bleef hij in de winkel, met een zakje kwam hij weer buiten. Het was toen hij de straat wilde oversteken dat het gebeurde, toen zijn glimlach alweer om zijn lippen speelde.

Een knal. Het was het enige wat ik hoorde, vervolgens zag ik de ravage. Overal lagen brokstukken, alles lag bezaaid met puin. Later zou men het een bomaanslag noemen en op zoek gaan naar slachtoffers die onder dat puin begraven lagen. Hij zou nooit gevonden worden. Het cadeautje evenmin.

Op een dag werd ik gillend wakker, badend in het zweet. De beelden, vol kreten en stofwolken, speelden nog in mijn hoofd.

En op dat moment kwam de zon op. Als een voorstelling van het vuur dat mijn ingewanden op een vreselijke manier verschroeide, zo zag ik haar. Het was alsof die ronde schijf de eeuwigheid wilde aantonen, als een weergave van de duur van mijn lijden, dat was hoe het leek.

Ontwerp door Willem Verweijen