Bevrijding - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Bevrijding - Mijn Kort Verhaal

Isa

18 jaar - havo

124
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Isa (18 jaar)

? stemmen

Bevrijding

De letters op de gelige pagina’s van mijn boek beginnen door elkaar te lopen. Langzaam vormen ze een mengeling van woorden, letters. Ik glimlach alleen maar en leg het boek voor me neer terwijl ik er naar blijf staren. Hoe vaak zou ik dit nu al gedaan hebben? Heel vaak, echt heel vaak. Dit alles is ondertussen niets meer dan een koud kunstje. Ik sluit mijn ogen. Langzaam voel ik mezelf weggaan van deze wereld. Deze ellendige wereld met zijn ellendige realiteit.

Nog voor ik mijn ogen open, ruik ik de geur van gemaaid gras en ik voel warme zonnestralen op mijn gezicht. Het is simpelweg heerlijk. Langzaam open ik mijn ogen, al knipperend tegen het felle zonlicht. In de verte staat het kleine huisje waar het hoofdpersonage zou moeten wonen met haar ouders. Omdat ik het boek niet uit heb gelezen, weet ik nog niet wat er te gebeuren staat. Op dit moment gebeurt er in ieder geval maar weinig.

Ik kom langzaam in beweging. De mintgroene jurk wappert in het zomerse windje. De grassprietjes kietelen mijn blote voeten. Ik moet echt vaker naar dit verhaal gaan. Terwijl ik mezelf onzichtbaar maak, loop ik naar het huisje. Zo ben ik alleen zichtbaar voor andere boekreizigers en verander ik de verhaallijn niet.

Het valt me op dat er nog steeds niks gebeurt. Ik ben hier nu al zeker een paar minuten en nog steeds is het hier doodstil. De auteur heeft duidelijk geen tijd besteed aan het beschrijven van de geluiden. Ik zou bijvoorbeeld schrijven over de vredige vogels op de achtergrond. Maar dat terzijde, het is hier doodstil.

Ik schrik dan ook vreselijk zodra de houten deur vreselijk kraakt. Blijkbaar vond de schrijver dat wel een belangrijk geluid. Aangezien het heel raar moet zijn om de deur open te horen gaan en dan niemand te zien, hoop ik maar dat het huis leeg is. Het lijkt er in ieder geval wel op, dus ik loop naar binnen. De deur laat ik voor het gemak maar gewoon open.

Het huisje is van binnen minstens net zo schattig als van buiten. En het ruikt echt heerlijk. De gedachte dat ik nooit meer weg wil uit dit boek flitst door mijn hoofd. Helaas weet ik niet wat er gebeurt als ik te lang hier blijf, dus ik schud de gedachte weg.

Rustig ga ik op verkenning door
het huis. Het lijkt er nog steeds op dat er niemand is en daarbij kunnen ze me toch niet zien.

Ik kijk mijn ogen uit terwijl ik de trap op loop. Hij kraakt akelig. Gelukkig heb ik het begin van het boek wel gelezen, dus ik weet wel ongeveer waar alles is. Het blijft apart om het dan ineens in het echt te zien, ook al heb ik het al zo vaak meegemaakt. Ik loop naar de slaapkamer van de hoofdpersoon, die kamer zou heel schattig zijn.

Dan lijkt de wereld ineens compleet stil te staan.

Daar ligt ze, het hoofdpersonage. Ze ligt op de grond van haar kamer. Ze ligt midden in een grote plas bloed. Het lijkt alsof ik vastgenageld aan de grond sta. Ik heb geen idee wat ik moet doen. Dan hoor ik een klik achter me.

‘Beweeg, en je bent dood.’ zegt een zware stem. Ik hou mijn adem in. ‘Wie ben je en wat doe je hier?’
Dan besef ik het ineens. ‘Hoe kan jij me zien?’ Ik draai me met een ruk om.

Ontwerp door Willem Verweijen