Amena - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Amena - Mijn Kort Verhaal

Lieze Steels

18 jaar - ASO

91
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Lieze Steels (18 jaar)

? stemmen

Amena

Amena stond verstijfd op de rand van de boot, terwijl mensen langs haar heen drumden om zo snel mogelijk aan land te gaan. Ze spoorden haar aan om door te lopen, maar ze bleef staan en keek rillend voor zich uit. Amena voelde niks van de haast en de gretigheid waarmee de anderen opgelucht aan land gingen. Ze voelde zich met niemand verbonden, niemand om haar heen leek dezelfde onrust en angst uit te stralen die haar zo tergde, iedereen leek vooral opgelucht. Amena snapte niet waarom ze opgelucht zou moeten zijn, na alles wat ze had meegemaakt, na die verschrikkelijke reis kon ze zich niet meer zo voelen. Ze had al te veel valse hoop gekoesterd. Ze keek naar beneden en zag dat er een stuk was weggeslagen, vlak naast haar rechtervoet. De boot was eigenlijk meer een wrak en ze bedacht dat ze op dit moment meer gemeen had met die boot dan met de mensen om zich heen. Ze voelde zich ook een wrak.

‘Amena, ga! GA! Je kan hier niets meer voor me doen, het huis staat op instorten, bij de volgende bom die hier in de buurt valt stort ons huis in!’
‘Baba, nee dwing me niet om je te verlaten, alles wat we nog hebben is elkaar!’
‘ Nee Amena, luister naar me! Kijk me aan! Jouw moeder en ik hebben je Amena genoemd, wat veilig betekent. Dit omdat we niks anders wilden dan dat onze dochter een veilig leven zou leiden. Beloof mij dat je gaat vluchten, zorg ervoor dat mijn ziel rust zal krijgen, verlaat Afghanistan en vlucht naar een andere plaats. Je hebt al veel te lang in deze hel geleefd. Vlucht! Beloof het me!’
Ze zag de blik in zijn ogen, een en al smekend. Ze knikte zacht terwijl de tranen over haar wangen stroomden. Naast haar brokkelden er wat stukjes steen af die naar beneden vielen, Amena zag het gebeuren als in slow motion. Snel kroop ze naar haar papa en drukte een kus op zijn hoofd, het enige deel van zijn lichaam dat niet bedolven was onder het puin. Haar papa keek haar diep in de ogen en over zijn wang liep één enkele traan.
‘Ga, meisje.’ Baba’s stem stokte.
Amena’s blik verharde en ze knikte nogmaals, stond langzaam op en liep weg. Het voelde alsof haar sandalen van lood waren, zo enorm veel moeite kostte het haar om weg te gaan, toch vertrok ze. Diep vanbinnen wist ze dat Baba gelijk had, dat hij niet meer te redden was. Het liefst zou ze zich huilend naast hem neerwerpen, verscheurd door pijn die zo hevig en alomvattend was dat het onmenselijk was dat ze die pijn op haar leeftijd al moest voelen. Maar ze zette door, ze wist dat ze op die manier haar vader gemoedsrust kon geven. Ze baande zich een weg door het puin, voorzichtig, bang met elke voetstap die ze zette dat die net dat laatste zetje zou zijn dat het huis nodig had om definitief in te storten en haar vader te verpletteren. Ze draaide zich nog een laatste keer om. ‘Baba, als je mama daarboven ziet… ’ Ze kon de woorden niet uitspreken, maar ze wist zelfs niet of hij haar nog kon horen, zijn ogen waren al gesloten. Haar ouders wisten dat ze zielsveel van hen hield, het laatste wat ze voor hen kon doen was ervoor zorgen dat ze veilig was. Verblind door tranen zette ze haar tocht naar de uitgang verder. Toen ze buitenkwam droogde ze haar tranen en begon te rennen, ze nam zich voor niet te stoppen voor ze écht geen stap meer kon zetten. Toen ze achter zich een enorm gekraak hoorde, als van een huis dat instortte, keek Amena niet om. Ze wilde niet weten welk huis het was.

Zelfmoord plegen was zo veel eenvoudiger geweest. Weg pijn, weg verdriet, weg angst. Maar Amena was een vechter, zelfmoord plegen was te eenvoudig geweest, ze was er te moedig voor. Begrijp het niet verkeerd, mensen die zelfmoord plegen zijn helemaal niet laf, maar ze hebben gewoon teveel meegemaakt om het leven nog te kunnen leven. Amena wilde enkel sterven als er nergens ter wereld nog een greintje hoop was, en overal waar ze tijdens haar verschrikkelijke reis was terechtgekomen, had ze het geluk in kleine dingen toch kunnen vinden. Ze dacht aan een uitspraak van haar vader waar ze doorheen haar reis enorm veel aan gedacht had: ‘Voor je idealen leef en sterf je.’ Haar vader was een wijs man en ze vond die woorden waarheid in haar puurste vorm, ze hadden haar veel troost geboden na de dood van haar ouders. Ze dacht eraan hoe het zou zijn geweest als ze hier vandaag met hun drieën de veiligheid hadden bereikt, samen nog een toekomst hadden kunnen bouwen. Amena werd overspoeld door zo’n enorm gemis dat ze een moment niks anders kon zien dan een zwarte waas. De wind gierde om haar heen en leek op gefluister in haar oor. ‘Ga, meisje.’
Ze liep schuifelend de loopplank af naar het strand, richting haar toekomst. Met elke stap die ze zette probeerde ze herinneringen uit haar verleden achter zich te laten, enkel de slechte. De kleine momentjes van geluk zou ze bij zich dragen voor altijd, ze waren voor haar lichtpuntjes geweest in een onmetelijke diepte van duisternis. Amena kwam aan het einde van de loopplank en glimlachte, voor het eerst in lange tijd. Terwijl ze daar zo stond, kijkend naar het strand dat nu nog slechts een voetstap van haar verwijderd was, deed ze haar sandalen uit. Eindelijk kon ze de droom van haar ouders laten uitkomen, ze voelde haast hoe ze op dit moment naast haar stonden en haar vol trots aankeken. Haar nieuwe leven stond op het punt om te beginnen en ze was er klaar voor. Ze was klaar om het verleden achter zich te laten. Klaar voor de overstap. Nog steeds glimlachend en op haar blote voeten stapte Amena het strand op.

Ontwerp door Willem Verweijen