Als mijn maag danst en mijn brein het ritme kwijt is - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Als mijn maag danst en mijn brein het ritme kwijt is - Mijn Kort Verhaal

Lotte Rolleman

18 jaar - Havo

76
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Lotte Rolleman (18 jaar)

? stemmen

Als mijn maag danst en mijn brein het ritme kwijt is

Er valt een regendruppel op mijn hoofd, en nog één en nog één. Vier, vijf, zes en wanneer ik verder probeer te tellen, worden het er te veel. Ik raak de tel kwijt en binnen enkele seconden is het een regenbui die op mijn hoofd landt. ‘Het zou toch niet gaan regenen?’ Lichtelijk geïrriteerd kijkt hij opzij. ‘Ik heb niet gekeken,’ antwoord ik hijgend. Hij gaat sneller fietsen en om hem bij te houden, fiets ik sneller dan ik ooit heb gefietst. Geen slim plan voor een meisje met vrij weinig conditie. Er valt een druppel op mijn neus; met de mouw van mijn jas haal ik hem weg. ‘We zijn nu in ieder geval wel op tijd,’ grinnik ik. In mijn ooghoek zie ik hem lachen, maar hij houdt vol: ‘Ja, op tijd èn doorweekt’.

Het stopt met regenen als we bijna bij het conservatorium zijn aangekomen. De druppels zijn weer telbaar en uiteindelijk zijn het alleen de regendruppels die van de bomen vallen, die ik tel. Met mijn handen tik ik mee op het ritme. ‘Ben je zenuwachtig?’, vraagt hij. We kijken elkaar aan en alleen al van deze stilte word ik nerveus. ‘Nee’, lieg ik. Er ontsnapt een klein lachje uit zijn mond, hij weet de waarheid. Hij weet het, omdat we jarenlang over dit moment hebben gepraat. Hij weet het, omdat hij de reden is dat ik daadwerkelijk zenuwachtig ben. ‘Bedankt dat je met mij mee wilde.’ Hij zwijgt even. ‘Ik had toch niets beters te doen’, zegt hij lachend. We lachen even, niet omdat het grappig is, maar omdat we beiden bang zijn voor het volgende moment.

Mijn been gaat rusteloos heen en weer. ‘Maaike Rijsburg,’ mijn naam wordt geroepen. Met een strakgespannen gezicht kijk ik hem aan. Hij glimlacht lief, als een vader die zijn kind naar een nieuwe school brengt en weet dat alles goed komt. Maar het is een gebrekkige glimlach, want deze vader wil zijn kind nog niet loslaten. ‘Het komt goed’, zegt hij zacht. Ik lach, omdat ik bang ben voor het moment.

‘Waarom denk je dat je geschikt bent voor deze opleiding?’ De mevrouw tegenover mij kijkt me serieus aan. Op haar naamkaartje zie ik Hilly Baan staan. Het voelt alsof mijn maag aan het dansen is en mijn brein het ritme kwijt is. ‘Uh,’ zeg ik. Even hebben we oogcontact, ze trekt haar wenkbrauw op. ‘Het is een van de makkelijkere vragen’, zegt ze vol ongeduld. Ik knik. ‘Omdat ik niets liever doe dan muziek maken.’ Ik stotter een beetje. ‘Van kleins af aan wou ik al componiste worden, maar zangeres leek me ook leuk.’ Ze glimlacht; goed geantwoord, gok ik. Na een aantal vragen, moet ik wat voor haar spelen. ‘Je hoort nog van ons,’ zegt ze. Tevreden geeft ze mij een hand.

Maar zo gaat het niet. Onze handen vinden elkaar niet. Er stromen geen woorden uit haar mond en melodieën uit mijn handen. Want Hilly Baan bestaat niet. Mijn gedachtespinsels hebben haar gecreëerd. Zij is degene die ik denk te gaan zien tijdens mijn intake, een vrouw met blond sluik haar, wier ogen afkeurend mijn richting opkijken. Een hoofd dat zachtjes nee schudt, een glimlach waarachter haar ware ik schuilt. Wel regent het, harder dan het dit hele jaar geregend heeft. En soms stoppen de wolken even met huilen en regent het zo zachtjes dat ik de regendruppels kan tellen. Maar ik fiets niet in de regen. Ik heb geen ‘hij’, geen vader die toch niets beters te doen heeft.

Ik kijk vanuit het vensterraam naar mensen die zich voortbewegen op fietsen, naar wandelaars die hun doorweekte honden en hun doorweekte zelf uitlaten en naar meisjes die wellicht wel met hun vader naar hun toekomstige school fietsen. Want ik wist dat het ging regenen, omdat ik wèl naar de buienradar gekeken had.

 

 

 

Ontwerp door Willem Verweijen