Alles anders - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Alles anders - Mijn Kort Verhaal

Mette Olivier

17 jaar - vwo

104
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Mette Olivier (17 jaar)

? stemmen

Alles anders

Dit ben ik, Danny Norton. Een geslaagde advocaat, 43 jaar, geen relatie of kinderen en ik focus mij volledig op mijn werk. Mijn dagroutine is eigenlijk opstaan, werken, eten en naar bed. Voor mijn werk reis ik door het hele land. Ik erger mij, als 43 jarige, enorm aan de vertragingen, de ongelukken, en het missen van de trein. Momenteel waan ik mij een weg door de drukte richting perron 5. Mijn klus van vandaag is voor een 55 jarige man die het niet accepteert dat hij moet betalen voor de schade van zijn auto na een aanrijding met een paaltje, die volgens hem omhoog ging toen hij eroverheen reed. Ik moet naar een rechtszaal die ik niet ken, vervelend vind ik dat. Ik woon in Amsterdam, want dan kan ik overal heen met de trein. Of ik van mijn werk hou? Nee. Ik wordt gek van het reizen en de mensen met hopeloze zaken die barsten van het geld en dan toch maar proberen een zaak te winnen. Vervolgens lukt het mij niet als advocaat te slagen, want het zijn zoals ik al zei hopeloze zaken, waardoor mijn reputatie zo nu en dan omlaag gaat. Deze reputatie krik ik dan weer op door een niet al te moeilijke zaak aan te nemen en deze makkelijk te winnen. Ondertussen aangekomen bij perron 5 richting Arnhem kijk ik naar de mensen om mij heen. Vrouwen met kinderen, jongeren, oudere mannen, zwervers op de bankjes en mensen zoals ik, zakenmensen. Ik zie het nut niet van kinderen en een vrouw. Je moet er altijd voor je vrouw zijn, je kinderen moet je proberen op te voeden, wat meestal toch wel mislukt, je ontvangt iedere maand enorm hoge rekeningen, je kinderen zitten de hele dag na school op de bank naar filmpjes te kijken van de nieuwe trend, YouTube, en dan betwijfel je het of ze later nog wel aan je denken of even langskomen voor een bakje koffie als je oud bent. Nee, niks voor mij, dat gezinsleven. Ik zie de trein al aankomen. Als de deuren van de trein opengaan wring ik mij er als eerst in. Ik ga naar de stiltecoupé en zet mijn computer op het kleine tafeltje naast het raam. Ik besluit mijn punten voor de zaak nog even door te nemen. Ik weet dat de gemeente een pittige tegenstander kan zijn in dit soort zaken, zeker als je er zelf al geen vertrouwen in hebt. Ik ben totaal gefocust op mijn computer tot er een vrouw van een jaar of 40 in het gangpad naast mij staat. Aarzelend kijkt ze mij aan en kijkt vervolgens naar haar kleine zoontje dat haar hand stevig vasthoud. Ik zit totaal niet te wachten op een gestreste moeder en een zoon met gedragsproblemen, maar toch knik ik haar vriendelijk toe om haar uit haar twijfel te trekken. Opgelucht zet ze haar zoontje van, ik gok, een jaar of 6 tegenover mij aan het raam. Zelf gaat ze naast haar zoon zitten. Ik ben geen prater tenzij ik in de rechtszaal zit, dus ik zeg geen gedag. Haar zoontje is verkouden, merk ik. Hij hoest en snotterd en zijn ogen zijn rood en betraand. Heel ernstig zal het niet zijn, denk ik. De vrouw ziet mijn vermoeide en geïrriteerde gezicht richting het zieke jongetje en probeert haar zoontje iets stiller te houden. Ik verdiep me weer in mijn computer, maar het duurt niet lang of het zoontje gaat huilen. Hij huilt zoals ik het nog nooit heb gehoord. Ik kijk naar zijn gezicht en krijg een brok in mijn keel. Hij hoest en huilt tegelijk, waardoor hij kotsneigingen krijgt. Het lijkt net alsof ik naar een toneelspel kijk. Een vrouw die haar zoon probeert te sussen en een jongetje die heel ziek is en geen uitweg heeft. Het lijkt voor het eerst sinds jaren dat ik iets voel: verdriet en medelijden. Ik pink snel een traantje weg en probeer mij weer op mijn werk te focussen. Plotseling gaat de moeder vertellen. Ze vertelt dat het jongetje heel erg ziek is en nu naar het ziekenhuis in Arnhem gaat voor zijn laatste kans op een behandeling. Het geld groeit haar niet op de rug en het ziekenhuis in Spanje, waar haar zoontje wel beter kan worden, kan ze niet betalen. Na het verhaal valt er een stilte. “Sorry”, zegt ze. Ik zie haar beschaamde gezicht van haar plotselinge uitval en voel me schuldig. Ik heb mij nog nooit zo egoïstisch gevoeld, door mijn hele leven aan mezelf te denken. Ik geef de vrouw een tissue. De ogen van het zoontje zijn nat en rood. Zijn neus is nog roder en als hij slikt kijkt hij pijnlijk. Ik volg zijn tranen die van zijn ogen langs zijn huid op de grond vallen. Plotseling besef ik mij dat het leven heel erg kort kan zijn. Dat je moet genieten van het leven en dat je zoveel moet geven en zo weinig mogelijk moet nemen als je kan. Ik klap mijn computer vastbesloten dicht. Dan besef ik mij dat ik vandaag al die nieuwe stap kan maken. Ik kijk de vrouw aan die zachtjes over het hoofd van haar zoontje wrijft. Ik open mijn computer en kijk naar mijn bankrekening. 5 mensen zouden hier 100 jaar van kunnen leven. Ik schaam mij kapot voor het bedrag dat er op mijn bank staat en schraap mijn keel. “Ik ben geen arme man, mevrouw. Ik wil u heel erg graag helpen, zodat u met uw zoon naar Spanje kunt gaan en uw zoon beter kan worden! Ik sta het niet toe dat u dit aanbod afwijst en wil u heel erg graag een bedrag schenken. Zou ik alstublieft uw bankrekeningnummer mogen?” De vrouw keek mij beduusd en verlegen aan. “Dank u”, fluisterde ze met een schorre keel. Toen lieten we allebei een traantje lopen. Mijn leven gaat vanaf nu veranderen, ik stap over naar een nieuw leven!

Ontwerp door Willem Verweijen