Het laatste schot - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Het laatste schot - Mijn Kort Verhaal

Marc-Jan van Dam

18 jaar - havo

220
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Marc-Jan van Dam (18 jaar)

? stemmen

Het laatste schot

Het laatste schot

Van die prullenbak -waar nu een voor mij onbekend meisje tegenaan ligt, met haar handen op haar buik gedrukt, op de plaats waar een kogel binnendrong- heb ik regelmatig de binnenkant bekeken. Ze hielden mij dan bij mijn voeten vast en ‘dipten’ mijn hoofd in het afval, als was ik een stukje stokbrood dat in de kaasfondue werd gedoopt. In mijn haren de pasta van een half opgegeten boterham. Mijn neus in een verrotte appel gedrukt. Oog in oog met plastic zakjes waarin nog restjes van leverworst en paté kleefden.

Mijn blik verschuift naar de tafel die zich aan de rand van de aula bevindt. Daar zat ik vaak. Weggedrukt in de hoek las ik daar mijn boeken of leerde ik mijn proefwerken. Nu zit daar Luca. Voorovergevallen, met zijn hoofd op zijn wiskundeboek. In de zijkant van zijn gezicht, onder zijn slaap zitten twee kogelgaten -eigenlijk bedoeld voor in zijn slaap, maar richten is nooit mijn sterkste punt geweest. Hij stond daar bijna elke pauze, lachend, terwijl hij mijn boeken door de aula smeet. Nu hangt hij daar. Het lijkt wel of hij slaapt. Het rode lichaamsvocht sijpelt op zijn boek en maakt de wiskundeopgave -die hij nooit meer zal kunnen voltooien – onleesbaar.

In het midden van de aula staat een grote rode paal. Nóg voel ik mijn rug als ik terugdenk aan hoe ze mij tegen die paal drukten. Hoe ze me bespuwden en me knietjes gaven in mijn kruis. Naast die paal ligt nu mevrouw Potsier. Ze gaf Nederlands. Hoe jammer dat zij nu nét hier liep. Zij hielp mij altijd met mijn huiswerk als ik het niet begreep. “Sorry”, mompel ik.

Het automaat is het volgende object waar ik mijn ogen op laat rusten. Twee keer in mijn schooltijd heb ik daar iets willen kopen. Maar beide keren werd het geld uit mijn handen gegrist. Ik probeerde het terug te krijgen. Het enige dat ik terugkreeg was een klap.

Tranen heb ik niet meer. Jarenlang heb ik ze verspild. Urenlang heeft mijn kussensloop het vocht uit mijn ogen geabsorbeerd. Mijn hele leven is in dat kussen gestroomd. Nu sta ik droog.

Met één goed gemikt schot schiet ik de ruit van de automaat -die wonder boven wonder de kogelregen van zojuist heeft overleefd – aan diggelen. Ik pak een Snicker. En nog één. Want twee keer wilde ik hem kopen, maar kreeg ik de kans niet. Nu pak ik ze alsnog. Ik kijk nog een keer de welbekende aula rond. Ik zie ze allemaal. Dat onbekende meisje, die onbekende jongen, Luca, Rosa, Mari, Marjan, Bas, Delano, de conciërge, mevrouw Potsier, meneer Jansen. Ik open het magazijn van mijn wapen. Nog twee kogels.
Het ‘prullenbakmeisje’ is nog steeds druk bezig het bloeden te stelpen. “Wacht maar, ik help je”, klinkt mijn schorre stem. Ik richt en raak haar in de nek. Mijn adem wordt weer regelmatig en mijn hartslag daalt.

Het is tijd. Tijd om de overstap nu te maken. Tijd om te gaan. De tijd waarin ik geen controle had over mijn eigen leven is bijna voorbij. Alleen die ene stap nog. Ik zak op mijn knieën neer en zet de loop van het wapen onder mijn kin. Mijn vinger leg ik verdoofd op de trekker voor ik mijn ogen sluit. Langzaam voer ik de druk op de trekker op. Tot het wapen afgaat…

Ontwerp door Willem Verweijen