3064 - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal 3064 - Mijn Kort Verhaal

Janne Huijgens

17 jaar - vwo

13
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Janne Huijgens (17 jaar)

? stemmen

3064

Elke ochtend word ik, May, wakker in mijn capsule. Ik sta op, kleed me aan en ga naar de ontbijtzaal. Vandaag staat er sprinkhanencornflakes op het menu (persoonlijk houd ik meer van kevers) en ik drink een kopje soja koffie. Het blijkt dat mensen vroeger geen insecten aten, maar hier is dat heel normaal. Vervolgens poets ik mijn tanden en maak ik me klaar voor mijn werk in de computercentrale.

Het is het jaar 3064, we leven nu al 1000 jaar in de ruimte. In oude tweets heb ik gelezen dat er in 2064 op 1 januari een verschrikkelijk ongeluk heeft plaatsgevonden. De aarde stond in brand en iedereen moest geëvacueerd worden. Gelukkig waren we goed voorbereid, de wetenschappers wisten dat de aarde het op een gegeven moment zou begeven. Daardoor waren er al genoeg technologieën ontwikkeld en stonden de ruimteschepen klaar om ons naar de ruimte te brengen. Nu, 1000 jaar later, leven we in een ruimtegemeenschap. Ik woon in gemeenschap D.
De overstap van de mensheid heeft geschiedenis geschreven.
Ik ben heel benieuwd hoe het was, daar beneden. Op Instagram heb ik foto’s gezien van duizenden jaren geleden. Grote landschappen met figuren genaamd bomen, rare gevlekte wezens op vier poten en gele puntjes in het gras. Mijn overgroot opa vertelt mij wel eens verhalen. Volgens hem is de aarde een apart figuur.

Vorige maand ben ik achttien geworden en sindsdien werk ik in de computercentrale van ruimteschip D3.2. Daar houd ik de omgeving van het schip in de gaten en bekijk ik of er geen opvallende dingen zijn. Mijn beste vriendin Aloe, die ik al sinds de kinderafdeling ken, werkt er al wat langer dan ik.
De dag begint eigenlijk heel normaal. We starten met het aanzetten van de systemen, een temperatuurcheck en het meten van de luchtdruk. Wanneer ik in mijn stoel ga zitten komt Max, mijn baas, nog even langs om te kijken hoe het met mijn ontwikkeling gaat. Hij zegt dat ik al grote stappen heb gemaakt. Ik ben blij om dat te horen en met dit gevoel start ik met mijn dagtaak: het scannen van de omgeving. Het noorden is in orde, geen bijzonderheden. In het oosten zie ik iets zweven, ik zoom in en het blijkt een laars te zijn die een astronaut waarschijnlijk heeft verloren. Dat gebeurt wel vaker. Vervolgens draai ik verder naar het zuiden en daar zie ik ook geen opmerkelijke dingen, maar zodra ik naar het westen ga zie ik iets. Ik heb het nog nooit eerder gezien, een hele kleine grijze stip zweeft in de verte. Ik pak de ruimtegids erbij om te kijken wat het zou kunnen zijn. Het gevaarte is nog te ver weg om het te kunnen bekijken met de telescoop. Ik laat Aloe er nog even naar kijken, maar zij heeft ook geen idee wat het is. We besluiten om het probleem nog even aan te kijken. De rest van de dag gebeurt er niet zoveel. Om 5 uur mag ik van Max terug naar mijn capsule. Onderweg vraag ik me nog steeds af wat het zou kunnen zijn en of het gevaarlijk is. Als ik terug ben in mijn capsule twijfel ik of ik het niet aan Max had moeten vertellen, maar dat kan ik morgen ook nog doen.

Als ik de volgende dag weer inlog bij de computercentrale zet ik meteen de scan aan. Ik zie gelijk dat de stip groter is geworden, het gevaarte is dichterbij gekomen. Ik laat het zien aan Aloe en we besluiten om direct naar Max te gaan. Hij zegt dit nog nooit eerder gezien te hebben, het is een van de eerste keren dat ik zie dat hij zich zorgen maakt. Ook hij pakt meteen de ruimtegids erbij en doordat het gevaarte al dichterbij is kunnen we met de telescoop zien dat het een meteoriet is. Ik besluit het op te zoeken op mijn computer. Ik lees dat er in de afgelopen 48 jaar geen meteoriet is gespot en dat deze gevaarlijk kan zijn. Ook lees ik dat een meteoriet niet te stoppen valt als deze zich aan het verplaatsen is in de ruimte. We moeten met een oplossing komen, en snel!

We roepen al onze collega’s erbij om een spoedvergadering te houden. We komen tot de conclusie dat het verplaatsen van het hele ruimtegemeenschap niet gaat lukken, maar in delen zou het misschien wel lukken. Het is dus noodzakelijk dat we alle ruimteschepen loskoppelen. Zodra dit is gedaan is de kans kleiner dat we worden geraakt door de meteoriet en als dit zo is dan is het maar één ruimteschip in plaats van onze hele gemeenschap. We verdelen de taken en lichten iedereen uit de gemeenschap in en vertellen dat ze allemaal onmiddellijk naar hun eigen capsule moeten gaan. Ook sturen we een videoboodschap naar ruimtegemeenschap C en E, maar als het goed is lopen deze geen gevaar.
En dan nu actie. Zodra alle ruimteschepen zijn losgekoppeld wachten we af. We kunnen zelf niets meer doen behalve hopen dat we het allemaal overleven. Na één dag is de meteoriet op een halve kilometer afstand, volgens de berekeningen zou hij na drie dagen gepasseerd moeten zijn. Op dag drie is de meteoriet zó dichtbij dat ik hem zou kunnen aanraken. Iedereen wacht met ingehouden adem af of de meteoriet een ruimteschip raakt.
Ik heb nachtdienst en houd de meteoriet in de gaten. Om 00:14 ontsnapt ruimteschip D4 op het nippertje aan de meteoriet. Als de ochtend in zicht is, begin ik in te suffen. De meteoriet heeft de hele nacht een constante route gevolgd, maar wanneer ik weer op mijn scherm kijk zie ik dat hij zich op 6,89 meter afstand van ruimteschip D5 bevindt. Als uit het raam kijk om de situatie in te schatten zie ik een ontploffing. Ruimteschip D5 is geraakt. Met mijn handen voor mijn mond bedenk ik me dat er heel veel slachtoffers zijn gevallen, zeker 1000. Gemeenschap D, zal een moeilijke tijd tegemoet gaan. We zullen het nooit meer vergeten.

Ontwerp door Willem Verweijen